In 't Schoein Vloms vlag schoon vlaams
Diksjoneir
Alle woerden
 
Algemien Neiderlands of Schoein Vloms (woorvan dat de mensjen wel isj peizen dat 't typisch Oilsjters es)
Zoid-Neiderlands of Vloms (woorvan dat de mensjen wel isj peizen dat 't typisch Oilsjters es)

2 gevonnen.
 

Gevonnen woerden.
HENNEN onnozelaar, pantoffelheld (van Henne, Hanne>Joannes)  2  Zeveraar, dom kieken, domkop (van hennen, hen = kip) vgl.  eirpel, (ken)hoiben, kailjn, en vr. kalle, goele. De Denderbode 4/11/1849, over plagiaat: zou hy niet zeer wel aen de gaey (by ons Ennen) gelyken, die na zich met de pluymen van den pauw beplakt te hebben.., 24/2/1867: Heeft den logieraed u niet gezegd waar ik zoo al den Ennen, Wuyten of den Uyl gespeeld heb? 11/5/1885: die sedert zyne dugtige klopping niet meer te zien is maar elyk eenen uytgeteerden ennen, altijd op zijn stoksken schijnt te zitten. 1/5/64 Zou men zeggen dat er nen Ennen  van Meire  nedergedaeld is die hem begaefd heeft met een schitterend verstand.  De Werkman 4/8/1916 Daens over de ‘Park Ydille’: Wat komt er uit eenen Ennen Wuyten? Niets anders dan dwaasheid met tuiten.
In: -der nen ennen van doeid doen: er ver mee komen, er slecht mee uitspelen: De Werkman 7/10/1888: D’Ouders die hun kinderen op straat laten lopen of bij slechte gezelschappen doen er later ‘nen ennen van dood. 8/3//89: De Socialisten zijn bezig met ’t kieken te dooden om spoediger d’eiers te hebben..Ze zullen er ‘ne vetten ennen van dooddoen! DeWerkman 9/1/1880 Die met de vrijmassons doet… Hij zal er in ’t ander leven (=het hiernamaals) ‘ne fellen hennen mee dood doen.
In: -gelijk ne manken ennen: schabouwelijk, flauw, onbeduidend, armoede troef. Land v Aelst  LvAelst 26/11/1908: De trein gaat voort als ‘ne manken Ennen. -Van de manken hennen hemmen/zèn: flauw, onbeduidend zijn, mislukt, niets waard . DeDenderbode 16/7/1876: Wat het vuerwerk betreft ’t welk onze kermisfeesten moest bekroonen, moeten wij rechtuit zeggen dat het van den manken hennen was. 6/2/1998, Men meldt ons dat de meeting der groene socialisten (=daensisten) van den manken hennen is geweest . 7/9/1899: De wijkmeetingskes van de blauw-rood-groene cartelisten hebben geweldig van de manken hennen. 18/11/1900 ’t Was waarlijk kamank en maljonnig. ’t Was effenaf van matante, van den manken hennen .De Denderbode 6/6/1915 (over de tweedracht Vonck en Van Der Noot in 1789): Waar er geen eendracht is, daar is het van de manken hennen.
KIEK in: -van de kiekens (hennen) oit d’ haug gekrabd zen: een bastaard zijn. Feuilleton Het Verloren Kind in Het Land van Aelst 21/11/1909: Moe, vroeg hij te huis, waarom zegt Jaak dat ik van de hennen uit de haag ben gekrabd en gij en vader mijn ouders niet zijn! –Van de hennen uit de haag gekrabt? Neen!  met een koets gebracht op nen donkeren nacht..