In 't Schoein Vloms vlag schoon vlaams
Diksjoneir
Alle woerden
 
Algemien Neiderlands of Schoein Vloms (woorvan dat de mensjen wel isj peizen dat 't typisch Oilsjters es)
Zoid-Neiderlands of Vloms (woorvan dat de mensjen wel isj peizen dat 't typisch Oilsjters es)

2 gevonnen.
 

Gevonnen woerden.
VESCHOEIT (Z.N.) in:  -den blaan veschoeit (insj) oithangen: ' zich eens te goed doen, niet werken, feestvieren, pret maken, het er van nemen (vb. bij afwezigheid van superieuren, toezichthoudenden e.d.);  bv.: Wa gon vandenauvend den blaan veschoeit insj oithangen: gaan vanavond een goeie fles wijn open trekken of een stevig biertje kraken met wat 'knabbeldingens' bij. Van: blauwe linnen voorschoot.
Als de Oorlogh gasten
Nu meynden met gewelt den Vyant aen te tasten
Soo waeren 't maer alleen vier Wagens met een Bruyt
Op elcken Wagen stack den blauwen voor-schoot uyt
De krijghs-mans souden wel sulck'-eenen Vyant kussen
 Sy losten al te mael tot haerder eer' hunn' Bussen,
Den Eerelycken  Pluckvogel, minneliedjes van Livinus  Van Der  Meeren, Antw. 1669.
Laet verdriet en kommer varen, Steekt den blauwen voorschoot uit! H. Conscience, De Gierigaerd, 1852.
VESCHOEIT, VESCHUT in: -wa gon van den auvend ne kir den blaan veschut oithangen: onszelf eens goed ‘swoinjeren’ in huiselijke kring.