In 't Schoein Vloms vlag schoon vlaams
Diksjoneir
Alle woerden
 
Algemien Neiderlands of Schoein Vloms (woorvan dat de mensjen wel isj peizen dat 't typisch Oilsjters es)
Zoid-Neiderlands of Vloms (woorvan dat de mensjen wel isj peizen dat 't typisch Oilsjters es)

1 gevonnen.
 

Gevonnen woerden.
PLOOSTER 1 onwaardige, onzedige, ontuchtige vrouw, slet: een voil plooster, een smerige plooster.  Vooral bij P. Daens, dikwijls in combinatie met plodde, juweel, smodde, slijp (sleep= slonzige vrouw die langs de straten sliert):  1876 ze knielen dikwijls voor een slechte vuil plaaster, die hun centen afluist en de plaaster deed de kinderen dat vuil lied aanheffen (over een lerares die de Marseillaise aanleert) – ’t zijn ordinairs, beroeste pannen, vuile bliksems, rotte plaasters. 1883 ‘tAntwerpen aan de Statie een slecht kot gesloten, al de plaasters werden meêgenomen en de registers ook. - Die smodden! Die plaasters! Die de drankkoten achternazitten.  1884 gestolen door dieven en moordenaars en afgrijselijke schelmen die dan in slechte kaveeten met gemeine plaasters bombâleken houden. 1885 D’Adviezen van Lucifer! De danskoten, daar vormen wij dieven, plaasters, juwelen, hellevegen! – ’t gestolen geld opgebrast met die plaasters en juwelen en de prangdieven. 1886 dat wordt een plaaster, een onweerdig schepsel. – zulke dochter zou iedereen als een slons en een smodde, als ‘nen dwijl en een slijp, als een plaaster en  schanddochter met de vingers gewezen hebben... 1910 Eensklaps trekt de plaaster een fleschje uit haren zak, ontkurkt het en werpt ’t wezen van haren minnaar vol vitriool 1912 Wilmart (een frauduleuze wisselagent) kocht voor zijn plaasters halssnoeren van 25.000 fr.  1914 Te Parijs blijft  die moordenares  Caillaux in ’t Prison als in een Hotel, omdat zij de vrouw, neen de plaaster was van eenen minister. 1915 Overal zijn…deftige vrouwen en plaasters van vrouwen.
Ook overdrachtelijk:1879 als ’t mensdom naar die vuile plaasters der vrijmetselarij luistert . 1881 Wat is d’ ongeloovige samenleving een afgrijselijke vuile plaaster. 1882 De liberaalderij, Sire, is een grote vuil plaaster! – Vuile gazetten, de plaasters van losbandigheid. - De godinne van de Rede: een plaaster en  een juweel! (over de begijnhofkerk, in  1793 door de Jacobijnen tot tempel van de rede omgevormd).
2  vrouw die tot vervelens toe van geen vertrekken weet, ongewenst aanklittende (zie ook: plekplooster) 3  vuile, slordige vrouw 4 (schersend): vrouw die zich niet laat bedotten, haantje de voorste, vrijpostige:  Goi zet oeik een plooster!  1974 ‘De Toeristische Ploosters’: voorlopers van Corum Alostum Imperiale, carnaval-actieve liedjeszangers.