In 't Schoein Vloms vlag schoon vlaams
Diksjoneir
Alle woerden
 
Algemien Neiderlands of Schoein Vloms (woorvan dat de mensjen wel isj peizen dat 't typisch Oilsjters es)
Zoid-Neiderlands of Vloms (woorvan dat de mensjen wel isj peizen dat 't typisch Oilsjters es)

20 gevonnen.
 

Algemien Neiderlands of Schoein Vloms
BROEID -in: - op a broeid kroigen, vb. ik kreeg dat dor op men broeid: de schuld krijgen, door het lot toegespeeld krijgen.
DOMINO loshangend zwart (zijden) gewaad met kap op gemaskerde bals enz., afgeleid van priesterkleed (een priester zegt vaak: domino); reeds in 1757, Alkmaar.
DROIDOBBEL in: -droidobbele zot: driedubbel: driemaal zo groot, meer dan dubbel. Erasmus, 1559: Sy zegghen dat hij (te weten Erasmus) een driedubbele ketter is; Streuvels: driedubbele steenezels zijt ge!
GELOIK in: -van 's geloiken: van 's gelijken, ik wens u hetzelfde; bv. bij groet, nieuwjaarswens. (spreektaal). In: -alle geloik: in elk geval, om het even, niettegenstaande.
GLOIREWEIRK gleirewerk: fijn aardewerk, glinsterend aardewerk, majolica; gleis: soort pottenbakkersklei reeds in 16de eeuw: pottegrond door scheepslui aangebracht)
GLOZENSNOIR libel (volkstaal).
HOOR in: -ba ’t hoor getrokken: overdreven, opzettelijk verkeerd toegepaste redenering.
LAM GODS in: -gesleigen zen van ‘t lam gods: eigenlijk: van d’ hand gods:overdonderd zijn, met de mond vol tanden staan.
LETTEN in wa zol der hem letten? wa letj er a?: wat let er u? wat zou hem het beletten? wat zou hem hinderen, weerhouden; wa letj er me!: pas op of ik doe het!
OITBRINGEN in: -alles komt oit, al mosten de kroin ’t oitbringen (o.a.  H. Conscience).
PEEEN de gebrande en gemalen suikerijwortels, die men onder de koffie mengt, bitterpee. Ter es te veil peeën in de kaffe.
PESJONKELEN ;in de jaren 1960 in  onbruik geraakte traditie. De gelovige zegde bij het binnenkomen van de kerk , op Allerzielen, een aantal voorgeschreven gebeden op om een aflaat bekomen, zodat de ziel van een overledene na de dood uit het vagevuur zou worden gered. Wanneer men ook nog voor een andere overledene een aflaat wilde verdienen, moest men eerst de kerk weer uitgaan, om vervolgens opnieuw naar binnen te gaan en dezelfde gebeden nog eens te herhalen. Wan het Latijnse portiuncula, waarmee een kleine Mariakapel aan de rand van het Italiaanse Assisi werd aangeduid. Franciscus van Assisi herstelde de kapel in 1208 en ieder bezoek aan die kapel leverde een volle Portiunciula-aflaat op.
PIZJEWIET(ER) piezewiet: 1 onnozelaar, kwibus. Dimitri Verhulst in DS Weekblad, 2015: Alleen in de piezewiet van een Noah had hij (God) nog wat vertrouwen. 2 penis, pietje.
*PRAMMEN Waasm.: de deur praumt: klemt.
PRIJ kreng, kwaadaardige vrouw. Een voil proi: een vuile vrouw.
RAJWAJ roesjbaan, achtweg (Eng. railway)
STEIRK in: -de boeter es steirk: heeft een scherpe, ranzige bijsmaak, door bewaring ontstaan.
VERHOORD verhaard: van de wind droog, schraal als haar geworden, uitgedroogd.
VOESJKOMMEN (Ge zè van nen herink voesjgekommen): voortkomen, afstammen, spruiten uit.
VREIF de vreif van anne voet:  wreef, hoogste deel van bovenzijde voet.