In 't Oilsjters vlag aalst
Woordenboek
Alle woorden
 
Algemeen Nederlands (waarvan men wel eens denkt dat het typisch Aalsters is)
Zuid-Nederlands (waarvan men wel eens denkt dat het typisch Aalsters is)

9 gevonden.
 

Algemeen Nederlands
AFLEGGEN -e loik afleggen: een lijk wassen en opbaren
MELKBOERENHONNENHOOR Melkboerenhondenhaar: schertsende benaming voor hoofdhaar van een vrij onbestemde, niet fraaie bruingele kleur, dat vaak ook nog weerbarstig is bij het kammen. (ook scherensliepershondenhaar en karnemelksboerenhondenhaar)

NODERAF >nadien. nader: vervolgens, nadien; vgl. achteraf.
*RIT rut (verouderd): onnozele, flauwe praat, ijle praat, wind ruiten: babbelen, ratelen, kwetteren
*RITTEKALLEKES (verouderd) rut, rits: nietig, berooid, alles verloren hebben (bij het spel)
SIKAMBER in: -ne fieren sikamber: 1 een ijdeltuit. 2 die zijn fierheid laat varen. L.P Boon, brief 26 correspondentie met R. Minne: Doe eens uw beste, en laat hen (de socialistische pers,warbij hij solliciteert) hun voorwaarden stellen: -ik, fiere sicamber, zal het hoofd in de schoot leggen.  (Clovis werd te Reims samen met 300 van zijn soldaten gedoopt door Sint-Remigius, met de woorden: “Buig het hoofd, fiere Sicamber. Aanbid wat je hebt verbrand, verbrand wat je hebt aanbeden!”). De Sicambers: Germaanse stam.
VANVEIREN -in: vanveiren ni weiten da ge vanachter bestotj/leeft: dom, sullig zijn:  a wetj vaveiren ni dat’n vanachter leeft/bestoot. 
VIGGE (courant naast biggen tot in de jaren 1950) Denderb. 18/10/1948De viggen-merkt was ook wel vóórzien; vóór 29 tot 50 franken kon men een paer zwaere viggens krygen. 13/1/1873: Maendag laetst 13 dezer tusschen 6 a 7 uren 's morgends is er eenen brand uitgeborsten in de woonst van Fr. De Clippel viggenkoopman op Aelst-Schaerbeek.  Denderb.  25/3/1900: Maar zeg eens, Pie man, wie, wie was het die in 't groen tabak fabriek aan 't janken is geweest gelijk een mager vigge, die disparaat den kop op tafel legde, roepende Snijdt mij den kop maar af!  Id.18/11/ 1923: Een viggen met kattepooten. ... . Het viggen in kwestie kan in de boomen klimmen, net als een aap.
WIEGSKEN in: -ha’n es in zen wiegsken ni versmacht: hij was hoogbejaard toen hij stierf. Gemeene Duytsche Spreckwoorden, 1550:  Ick en bin in die wieghe niet versuemet. D. Claes, BijvoegselHagelandsch Idioticon, 1904: Geen van al die broers is in de wieg versmacht; zij waren allemaal rond de negentig, toen zij stierven.